De patiëntreis als leidraad voor digitale zorg en wat is het knelpunt?
We hebben de afgelopen jaren veel digitale toepassingen geïmplementeerd in de zorg. Portalen voor inzage, apps voor monitoring, voorlichting en communicatie. Maar komen we er nog wijs uit én waar loopt het niet lekker?
De overgang tussen fasen
In de carrousel een (mogelijke) opzet van digitale ondersteuning langs zes fasen, ter illustratie: Consumentenlaag → Triage → Intake → Poli → Behandeling → Nazorg.
Wat in de praktijk niet lekker loopt is de overdracht tussen die fasen. Een patiënt vult bij triage klachten in. Bij intake worden vrijwel dezelfde vragen opnieuw gesteld. Op de poli blijken thuismetingen niet automatisch beschikbaar. Na behandeling start een aparte nazorgapp, los van het eerdere traject. Er is steeds meer digitaal, maar een echt verbinding tussen de digitale toepassingen mist nog.
De consumentenlaag wordt relevanter
De reis begint vaak buiten het ziekenhuis. Data in wearables, zelfzorgapps en thuismetingen.
Interessant is dat consumentplatformen zoals Apple Health inmiddels FHIR ondersteunen, dezelfde standaard die in veel zorg systemen wordt gebruikt. Dat betekent dat gegevens uit medische dossiers en persoonlijke apparatuur technisch via dezelfde wijze ontsloten kunnen worden.
Dat is een belangrijke ontwikkeling. Niet omdat Apple Health “de oplossing” is, maar het laat zien dat de consumentenlaag en de zorg systemen dichter naar elkaar toegroeien.
Maar alleen een standaard gebruiken is niet genoeg. Zonder goede interoperabiliteit bij de bronsystemen blijft het potentieel beperkt.
Voorbeeld uit de praktijk
Initiatieven zoals Digizorg laten zien dat dit geen theoretisch model is. De combinatie van een patiëntomgeving (incl PGO) en een zorgverlenerscockpit in de keten maakt het mogelijk om informatie niet alleen zichtbaar te maken, maar ook samen te gebruiken in het zorgproces.
Daar zit wat mij betreft de meerwaarde: niet alleen inzage, maar verbinding tussen patiënt en professionals.
Het zou ook een doorintwikkeling van de Stichting MedMij PGO’s kunnen zijn, alleen die ontwikkelingen lijken niet snel genoeg te gaan. Dat komt vooral doordat de PGO’s ook afhankelijk zijn interoperabiliteit met de bronsystemen.
De echte uitdaging: interoperabiliteit
De grootste uitdaging zit uiteindelijk niet in de app, maar in de bron. Zolang gegevensuitwisseling tussen EPD’s, HIS’en en andere systemen beperkt of gefragmenteerd is, blijft elke digitale zorgomgeving afhankelijk van wat technisch ontsloten kan worden. Zonder structurele interoperabiliteit bij de bronsystemen blijft het bij potentie, terwijl FHIR-ondersteuning in consumentenapps soms al beschikbaar is.
De techniek is er grotendeels. De standaarden zijn er. De vraag is of we het ontwerp durven leggen langs de (patiënt)reis én de systemen (architectuur) daarop aanpassen, dit vraagt wat van leveranciers, instanties, zorgaanbieders, maar ook van de burger.
—
Gedeelde link bij LinkedIn bericht:
Originele LinkedIn bericht: https://www.linkedin.com/feed/update/urn%3Ali%3AugcPost%3A7434278111615127552
